Nieuw belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland

Belastingverdrag Nederland Duitsland

Per 1 januari 2016 geldt het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland. Daarin gaat een aantal zaken veranderen. Het gaat daarbij om de belastingheffing over pensioenen, grensarbeid, bestuurdersbeloningen, vastgoedvennootschappen en aanmerkelijk belang aandelenbezit.

We gaan kort in op de gevolgen en wijzigingen voor vastgoedvennootschappen, pensioengenieters en bestuurdersbeloningen.

Verkoop aandelen in vastgoedvennootschappen

Onder het oude verdrag was het woonland exclusief bevoegd belasting te heffen over een vermogenswinst bij vervreemding van een deelneming.

In het huidige verdrag wordt het heffingsrecht op een vermogenswinst gerealiseerd bij verkoop van aandelen in een vastgoedlichaam veelal toegekend aan de bronstaat.

In beginsel is sprake van een vastgoedlichaam indien de waarde van de aandelen in een rechtspersoon voor meer dan 75% bestaat uit onroerende zaken, welke gelegen zijn in de bronstaat.

Pensioen

Onder zowel het oude als het huidige verdrag is de hoofdregel dat de heffing over pensioenen is toegewezen aan de woonstaat van de belastingplichtige.

In het huidige verdrag wordt op deze hoofdregel echter een uitzondering gemaakt indien het totale pensioen in een kalenderjaar (bedrijfspensioen, AOW en overige uitkeringen worden bij elkaar opgeteld) meer dan EUR 15.000 bedraagt. Een overgangsregeling is van toepassing voor gepensioneerden die op 12 april 2012 woonachtig zijn in Duitsland en Nederlands pensioen genieten.

Bestuurdersbeloningen

Onder het oude verdrag bestond geen apart bestuurdersartikel, waardoor bestuurdersbeloningen onder het werknemersartikel vielen. Dit betekende dat in beginsel de beloning werd belast in het land waar de dienstbetrekking werd uitgeoefend (het werkland). Echter, dat de woonstaat van degene die de bestuurdersbeloning ontvangt heffingsbevoegd was indien aan de volgende voorwaarden was voldaan:

  1. de bestuurder niet meer dan 183 dagen per jaar in het werkland verblijft; en
  2. de beloning wordt betaald door een werkgever die niet in het werkland is gevestigd; en
  3. de beloning niet ten laste komt van een vaste inrichting die de werkgever in het werkland heeft.

In het huidige verdrag is opgenomen dat het heffingsrecht over bestuurdersbeloningen is toegewezen aan het land waar het uitbetalende lichaam is gevestigd.

Eerde gepubliceerde artikelen over het verdrag met Duitsland kunt u hier lezen.

Uw vragen zijn van harte welkom op international@acconavm.nl of vul het contactformulier in.

Contact met acconavm



<< terug naar Expertise